Mass surveillance en tracking breidt sterk uit naar offline en je huis

Wanneer je door de Albert Heijn of een andere winkel loopt zou het wat vreemd zijn wanneer je continu door een medewerker gevolgd wordt. Een medewerker met een notitieblok die alles registreert wat je doet: welke producten je in de winkelwagen stopt, maar ook de producten die je bekijkt of in je handen houdt maar niet afrekent.

Krijg je bij de uitgang een folder in je hand gedrukt met daarin persoonlijke aanbiedingen, zoals “vergeet niet de fles wijn die u bekeken heeft mee te nemen” dan zou de wereld voor veel mensen te klein zijn. Dit wordt niet geaccepteerd.
Dat weten Albert Heijn en/of andere verkopers en advertentieverkopers heel goed. Daarom loopt er niet een te opvallend persoon achter je aan, maar wordt het zelfde gedaan op en veel minder zichtbare, beter verstopte, manier: digitaal.

Wie online winkelt, browset, nieuws leest, games speelt of onderzoekt wat die rare plekken op dat lichaamsdeel kunnen zijn wordt door heel veel bedrijven in de gaten gehouden. Elke digitale beweging wordt bekeken, alle mensen worden gevolgd, zoveel mogelijk persoonlijke gegevens worden verzameld. Digitale tracking, gegevensverzameling, spionage, mass surveillance vindt massaal plaats via digitale diensten en we accepteren het. Het hoort er bij, we zijn niets anders gewend, je ontkomt er niet aan.

Bedrijven kunnen dankzij het internet veel meer en makkelijker spioneren.
De online wereld zit al stampvol met spionagetechniek. Online wordt alles al alles van mensen bekeken en over mensen verzameld. En die vervelende mensen (gebruikers en doelgroepen) beginnen zich hiertegen te wapenen, door middel van Adblockers, VPN services en andere technieken om je te onttrekken van de dataspionnen. En dan worden ze nog geholpen ook door wetgeving zoals de AVG.

Nieuwe en verbeterde technieken om meer persoonlijke data te verzamelen zijn een speerpunt van de adtech bedrijven. Offline gedrag tracken en je in je eigen huis bespioneren zijn de volgende stappen die genomen worden. Daarmee kan meer en persoonlijkere data verzameld worden en is het moeilijker voor mensen om zich er aan te onttrekken. Er is nog geen blocker voor camera’s of microfoons.

De smartphone is natuurlijk al een mooi tracking en spionage device in ieders broekzak, waarmee je locatie en internetgedrag kan volgen en gebruiken. Bijvoorbeeld om als letselschade advocaat advertenties te vertonen aan mensen die bloedend bij de Spoedeisende Hulp zitten.
Maar technologische advertising ontwikkeling moet natuurlijk altijd stappen verder gaan. Die volgende stappen worden nu genomen in winkels en in je huis-/slaapkamer.

Online retailer Amazon maakte een klein jaar geleden de stap naar fysieke winkels (Amazon Go) zonder kassa’s. ‘Handig’ voor mensen die niet in de rij voor de kassa willen staan, maar vooral een black box waarin je bij alles wat je doet gevolgd en geregistreerd wordt door honderden camera’s en sensoren. Volgens Amazon is dit natuurlijk nodig om automatisch te bepalen wat mensen meenemen en dit automatisch af te rekenen. Maar dit gemak komt met een hoge prijs in de vorm van heel veel data die verzameld wordt.

Het Nederlandse Albert Heijn kan natuurlijk niet achterblijven en begint ook met kassaloos betalen. Nu nog door het scannen van een kaart of smartphone, maar er kan natuurlijk veel meer data verzamelen worden. Zo biedt het Nederlandse StoreDNA de oplossing om gedrag van mensen tot in detail te volgen in fysieke winkels en dat gedrag te koppelen aan persoonlijke aanbiedingen en te gebruiken voor ‘sterke relaties’ met klanten.

StoreDNA bespied klanten om te zien welke producten ze bekijken, vastpakken, terugzetten en kopen.


Het irritante verschijnsel dat je online gevolgd wordt door advertenties met die schoenen waar je naar gekeken hebt gaat ook plaatsvinden als je een paar sneakers in je handen hebt gehad in een winkel.

Tracking in de fysieke wereld is interessant, maar de ultieme dataverzameling vindt natuurlijk plaats in het besloten privacy domein van mensen: in huis. De TV als afluister- en reclamedevice is al tijden interessant. Ook als microfoon waarmee bijvoorbeeld een bedrijf als Axwave de technologie aanbiedt om te luisteren wat mensen kijken en op basis daarvan advertenties te vertonen. Maar de big tech neemt het spontaan vrijwel tegelijkertijd een stap verder door in elk huis een video en microfoon te plaatsen; in de huiskamer en de slaapkamer.

Met virtuele assistenten in een fysieke behuizing luisteren techgiganten al naar alles wat er gezegd wordt. Google Home en Amazon Echo zijn de microfoons die mensen reeds vrijwillig in hun slaap- en woonkamers plaatsen. Inmiddels zou 32% van de Amerikaanse consumenten al zo’n smart speaker in huis hebben en is de verwachting dat eind van dit jaar al de helft (50%) van de huishoudens de microfoon in huis heeft (zie dit onderzoek).


Google heeft net een upgrade van de virtuele assistent aangekondigd met scherm (de Google Home Hub). De camera ontbreekt, wellicht omdat zelfs Google sommige zaken te ver vindt gaan. Facebook ligt daar niet wakker van, want die proberen juist met de lancering van hun chat screen (Facebook Portal) wel microfoon en camera in je huis te krijgen. Een camera die ook nog eens letterlijk je bewegingen volgt. Nu, middenin de dataschandalen, belooft Facebook natuurlijk dat ze privacy heel serieus nemen. Ze leveren er zelfs een camera cover bij zodat niemand kan meekijken als jij dat niet wilt. Maar de grootste datahandelaar ter wereld sluit niet uit dat het in de toekomst mogelijk wordt dat jij een advertentie voor kattenvoer voorgeschoteld krijgt als je kat in beeld is geweest.

Google Home

Stap voor stap wordt de mass surveillance ten behoeve van advertenties dus gewoon uitgebreid, nu zoveel mogelijk naar de fysieke wereld en de privacy van je huis. Het liefst zo verborgen mogelijk met veel voordelen voor gebruikers. Want zolang mensen niet beseffen wat er allemaal gevolgd en verzameld wordt en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn zullen ze het accepteren. En dit wordt uiteindelijk niet aangejaagd door Facebook, Amazon en Google zelf, want zij willen vooral de betalende klanten voor advertenties ‘betere kwaliteit’ voorschotelen. Het is uiteindelijk gewoon de Albert Heijn (of een andere commercieel bedrijf) dat het liefst continu achter je aan loopt, maar dat zoveel mogelijk probeert te verbergen en het vuile werk door anderen laat opknappen door ‘alleen maar’ te betalen voor advertenties en inzichten. 

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is.. niet adverteren op Facebook

Adtech bedrijven, Google, Facebook, Twitter en vooral heel veel advertentienetwerken en data brokers zijn er op gericht zoveel mogelijk persoonlijke data te verzamelen. Hun verdienmodel bestaat uit het verkopen van (de toegang tot) deze persoonlijke gegevens. Meestal door gerichte advertenties te verkopen. Dit model schendt per definitie het recht op privacy, het mensenrecht om je onbespied te wanen.

Door het succes van het dataverdienmodel dat in perfectie is uitgevoerd door de giganten Google en Facebook kun je je in de (digitale) wereld ook niet meer onbespied wanen. Op (bijna) elke website en in elke app worden zoveel mogelijk persoonlijke gegevens en je gedrag bekeken, verzameld en doorgegeven door heel veel bedrijven. Je wordt bespied en gevolgd. Dit alles om zoveel mogelijk data over jou te verzamelen om je vervolgens op basis van die data te kunnen beïnvloeden.

De verzamelwoede van persoonlijke gegevens door deze Adtech bedrijven vormt een bedreiging voor individu, samenleving en democratie. Onderzoeksjournalisten Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn duiden dit nog eens goed in het artikel “Alleen als we privacy zien als iets dat ons allen aangaat, kunnen we de techbedrijven temmen“.

We kennen privacy niet de waarde toe die ze verdient. We beschouwen privacy primair als een recht voor individuen. Maar de recente geschiedenis laat duidelijk zien dat de verzameling, analyse en het gebruik van persoonsgegevens door bedrijven en overheden ook grote maatschappelijke gevolgen kunnen helpen.

Dimitri Tokmetzis & Maurits Martijn in “Deze sportapp legt het ware privacyprobleem bloot.”

Er is wet- en regelgeving ter bescherming van privacy, de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG, in engels: GDPR). De reactie van bedrijven laat echter ook zien dat zij dat het niet als maatschappelijke verantwoordelijkheid zien. Er wordt voldaan aan de regels van de AVG met als doel de risico’s voor het bedrijfsbelang te verkleinen. Menig bedrijf is pas dit jaar serieus naar privacy gaan kijken vanwege de dreiging van boetes vanuit de AVG, terwijl vrijwel dezelfde regels en verplichtingen als 17 jaar van toepassing waren met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Bedrijven zijn vooral bezig met compliance en het voorkomen van boetes. Privacy, de wetgeving, staat op de agenda als risico voor het bedrijf dat verkleind dient te worden. Privacy staat niet op de agenda als mensenrecht en maatschappelijk belang. Dit terwijl andere maatschappelijke problemen en mensenrechten wel onderdeel vormen van het zo populaire maatschappelijk verantwoord en / of duurzaam ondernemen.

In het geval van de datahandelaren, zoals Facebook, lijkt de AVG / GDPR vooral te leiden tot een strijd waarin zoveel mogelijk privacy geschonden wordt zonder al te veel hoge boetes te krijgen.

Stel nu dat je als bedrijf privacy echt serieus neemt als een maatschappelijke verantwoordelijkheid, net zoals andere mensenrechten en milieu onderdeel vormen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Dan is niet enkel het voldoen aan de wetgeving je doel. Bedrijven zetten respect voor de mens in MVO centraal en een gevolg is dat ze van de gehele supply chain verwachten dat er geen slaven- of kinderarbeid ingezet wordt. Of dat er geen geld vloeit naar wapenhandel. En er is geen wet die het verbiedt.

Wanneer het recht op privacy een zelfde belang is dan vloeit daar ook uit voort dat je als bedrijf van je leveranciers verwacht dat ze privacy niet schenden. Dat betekent dat je je als bedrijf ook afvraagt of je wel diensten moet afnemen van bedrijven die handelen in Weapons of Math destruction en inbreuk op privacy als enige bestaansrecht en verdienmodel hebben. Adverteren op Facebook, Google of via de ondoorzichtige datahandel via advertentienetwerken is dan geen bezigheid waarvan het jou als bedrijf niet uitmaakt wat er gebeurt om meer kliks of verkopen te genereren. Het is dan verantwoordelijkheid om je er zeker van te zijn dat dat gebeurt met respect voor mens en maatschappij. En die verantwoordelijkheid neem je niet door enkel en alleen aan de wetgeving te voldoen. Die verantwoordelijkheid neem je door geen zaken te doen met deze bedrijven en dus ook niet te adverteren.

Eenvoudiger voldoen aan de AVG/GDPR door een pas op de plaats te maken

Per 1 mei 2018 is de nieuwe privacywetgeving, de General Data Protection Regulation (GDPR) of in normaal Nederlands de Algemene Verordening Gegevens Bescherming (AVG) van kracht. Steeds meer bedrijven raken hiervan in de stress, mede geholpen door advocaten, consultants en bedrijven die baat hebben bij klanten in de stress.

Er wordt volop aangespoord om in relatieve tijd heel veel werk te gaan verzetten omdat volgens de angstzaaiers:

  • De nieuwe wetgeving een enorme verandering is;
  • Je je aan de letter(s) van de wet moet houden
  • waarmee je heel veel maatregelen, procedures op zijn plek moet hebben,
  • om torenhoge boetes te voorkomen

Dat is onzin. Om niet heel veel werk te verzetten om aan de wetgeving te voldoen kun je het beste een pas op de plaats maken en begrijpen waar het echt om gaat.

De wetgeving verandert niet heel sterk. Op dit moment is de Wet Bescherming Persoonsgegevens van kracht. Er zijn verschillen (verbeteringen) in de nieuwe wetgeving, maar je hoeft om te voldoen aan de wet niet ineens alles om te gooien of heel veel meer te doen.

De meldingsplicht voor datalekken is bijvoorbeeld nu al van kracht, maar wordt regelmatig genoemd als zijnde iets dat je nu moet inrichten vanwege de nieuwe wetgeving om hoge boetes te voorkomen. Waarom nu ineens stress om iets in te regelen dat volgens de huidige wetgeving ook al moet?

Het risico op torenhoge boetes is niet groot. De kans dat je als bedrijf onder de aandacht van de Autoriteit Persoonsgegevens komt is niet zo groot. Wanneer je kijkt naar het risico (= impact x kans) dan is de kans in veel gevallen laag.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft niet genoeg mankracht om elk bedrijf te onderzoeken, toetsen en waarschuwen. Ben je een groot bedrijf dat grootschalig persoonsgegevens verwerkt met grote risico’s op impact op de persoonlijke levenssfeer van mensen en verricht je activiteiten in het aandachtsgebied van de Autoriteit Persoonsgegevens dan is het risico groter dat de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek start.

Start de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek dan kan de conclusie zijn dat je niet niet aan de wetgeving voldoet. Je krijgt dan een waarschuwing en de tijd om dit te repareren.

Er komt niet zomaar de maximale boete van 4% van je omzet uit de lucht vallen. Op dit moment is de maximale boete overigens al 820.000 euro.

Boetes zijn overigens niet het enige risico dat je loopt. Wanneer het misgaat op privacygebied dan kan er impact zijn op imagoschade, schadeclaims en verlies van klanten. Dat risico is nu ook al aanwezig en verandert niet zozeer met nieuwe wetgeving.

Pas niet allemaal maatregelen toe om aan de letter van de wet te voldoen. Je hoeft niet volledig compliant te zijn aan de de wetgeving. Het gaat om de intentie van de wetgeving en die intentie is het mensenrecht op privacy beschermen. Het is in eerste instantie van belang dat je (kunt laten zien dat je) privacy belangrijk vindt, de risico’s afweegt en passende maatregelen neemt die dagelijks in de organisatie toegepast worden.

Dat betekent dat het voor de wetgeving en de Autoriteit Persoonsgegevens belangrijk is dat het bedrijf serieus aandacht aan privacy besteed, er gekeken wordt naar risico’s die verwerkingen met zich meebrengen en er een afweging van belangen van het bedrijf en personen gemaakt wordt om juiste maatregelen toe te passen.

Een privacybeleid en/of securitybeleid waarmee de CEO het belang van privacy (voor verschillende stakeholders) afweegt en communiceert binnen de organisatie, risicobeoordeling, een plan om te verbeteren en deze zaken in de organisatie te borgen zijn de stappen die je moet nemen om te kunnen aantonen dat je privacy serieus neemt. Die stappen zijn belangrijker dan 101 beveiligingsmaatregelen, procedures, documenten op zijn plaats te hebben om aan de letters van de huidige en aankomende wetgeving te voldoen.

Een recent onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) naar BrainCompass maakt dit mooi inzichtelijk.

Deze week publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) “Verwerking bijzondere persoonsgegevens door BrainCompass in strijd met privacywet”.

BrainCompass is een assessment-platform dat bijzondere persoonsgegevens verwerkt, waaronder gegevens over gezondheid, DNA en psychologische gegevens. Het rapport van de AP is zeer lezenswaardig.

BrainCompass had een hoog risico om onder de aandacht van AP te komen. Ze hebben de bingokaart met aandachtsgebieden van AP bijna vol. Aandachtsgebieden van AP in 2016 waren beveiliging van persoonsgegevens (check), big data & profiling (check), medische gegevens (check), persoonsgegevens bij de (digitale) overheid en persoonsgegevens in de arbeidsrelatie (check!). AP heeft nog geen boete gegeven; waarschuwt nogmaals dat als overtredingen voortduren ze van plan zijn tot handhaving over te gaan.

De belangrijkste conclusies die de AP trekt (buiten conclusies op basis van wetteksten) zijn dat BrainCompass een aantal wettelijke verplichtingen onvoldoende in het proces gewaarborgd heeft en dat passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen ontbreken.
Het ontbreken van een beveiligingsbeleid en risico analyse zijn hier voor AP de belangrijkste tekortkomingen, want zij vormen de basis van de beveiliging van persoonsgegevens.

Dankzij de reactie van BrainCompass wordt duidelijk hoe BrainCompass de essentie van wetgeving en informatiebeveiliging niet vat. Het bedrijf vervalt in de hoeveelheid maatregelen die ze genomen hebben:

Extra informatiebrochures, vernieuwde Algemene Voorwaarden en Privacy Code, implementeren van een opt-in systeem, verbeterde informatie over specifieke gegevensverwerkingen gedurende het proces, het maken van extra videomateriaal, in kaart brengen van gegevens die verwerkt worden, veranderingen in processen, anonimiseren van data, pseudonimiseren van data, beschrijving van beveiligingsmaatregelen, externe PEN tests, toegangscontrole, etc. etc.

Het BrainCompass verhaal lijkt hier exemplarisch voor de reactie van vele bedrijven en lijsten met maatregelen die je volgens ICT en juridische specialisten moet nemen om aan letters van de aankomende wetgeving te voldoen.

Je kunt proberen om heel veel werk te verrichten om je organisatie, processen en maatregelen om te gooien om aan de letter van de wet te voldoen of je kunt niets doen en het risico accepteren. Maar om je echt voor te bereiden om de GDPR / AVG kun je het beste eerst op een goede manier beginnen met het opstellen en invoeren van een privacybeleid en risicobeheersing en van daaruit passende maatregelen selecteren, invoeren en borgen.
Een praktisch ingestelde ISO27001 consultant of goede privacymanagement expert kon en kan BrainCompass een hoop werk en problemen helpen voorkomen.

Privacy by design, wel een nieuwe vereiste in de aankomende wetgeving begint op organisatieniveau. Pas je dit niet goed toe dan denk je wellicht volledig aan de wet te voldoen, maar loop je onverminderd risico op een boete. Maak dus eerst die pas op de plaats en verzuip niet in alleen maatregelen.

Alternatief online businessmodel: betalen met processorkracht

ThePirateBay lag onder vuur vanwege het ‘stiekem’ inzetten van processorkracht van hun bezoekers voor ‘minen’ van cryptocurrency. Een mond vol, waarin een hoop interessants zit.

ThePirateBay maakt(e) gebruik van de oplossing van CoinHive, een crypto-miner voor websites. Daarmee kun je als website-eigenaar Monero (een cryptocurrency, vergelijkbaar met Bitcoin) verdienen door je bezoekers. Wie de website bezoekt staat rekenvermogen van de processor af om het digitale geld te creëeren. De bezoeker betaalt met processorkracht (en dus  elektriciteit).

De aanpak van CoinHive is een erg interessante. Op het internet is het heersende businessmodel het advertentiemodel, waarin gebruikers betalen met hun persoonlijke data. CoinHive biedt de oplossing om gebruikers te laten betalen met processorkracht, een privacy vriendelijk alternatief dat micro payments mogelijk maakt.

Advertenties hebben heel veel nadelen (waarvan privacyschending de grootste). Met geld betalen voor services is niet altijd een alternatief voor advertenties, omdat micro payments tijd en moeite kosten. Betalen met processorkracht neemt deze nadelen weg. Met de opzet van CoinHive kan de bezoeker zeer eenvoudig een bijdrage doen.

Betalen met processorkracht is wel alleen interessaant voor micro payments, want voor grotere bedragen zal je processor te veel berekeningen moeten maken en dus te lang nodig hebben om handig te zijn.

Terug naar ThePirateBay. De ophef ontstond doordat er ‘stiekem’ met processorkracht betaald werd. Dat kan natuurlijk veel beter. Houdt in dit geval privacywetgeving aan: informeer de gebruiker volledig en vraag (expliciete) toestemming. Daarmee zal een dergelijke oplossing als privacy vriendelijk alternatief voor advertenties wel geaccepteerd worden.

Afhankelijk van hoe technisch ingewikkeld het is wat CoinHive biedt zie ik een interessante toekomst voor CoinHive of in ieder geval de toepassing van hetzelfde principe.

Fout redeneren in referral recruitment(oplossingen)

Deze week zie ik de zoveelste referral recruitment oplossing voorbijkomen: Soosr. Een referral recruitment oplossing die hetzelfde doet als de vele referral recruitmentoplossingen die in het verleden het daglicht al even hebben mogen zien en meestal weer een stille dood zijn gestorven.

Het is redelijk recruitment eigen dat er nieuwe oplossingen worden bedacht die veel vaker bedacht zijn en gefaald, maar referral recruitment lijkt wel de kroon te spannen. Ik denk wel te begrijpen waarom en denk daar nu eens hardop over na in dit artikel.

“(..) minder dan 10% van de sollicitanten komt via referral. Dit percentage van de sollicitanten zorgt voor meer dan 30% van de hires”. Dit is ongeveer de uitkomst van heel veel onderzoeken naar bronnen voor hires en Soosr gebruikt deze cijfers ook weer. Op basis hiervan concludeert menigeen dat referrals betere kandidaten zijn. En dat meer referrals leiden tot meer betere kandidaten. Elke referral recruitment oplossing is op dit principe gebaseerd. Maar dit principe klopt niet.

Het is niet het label referral dat de gemiddelde kandidaat beter maakt. Referral recruitment verschilt in de basis van de andere bronnen waarmee vergeleken wordt. Referrals zijn geselecteerd, hand picked door medewerkers. Iemand wordt (meestal) pas als referral gelabeld nadat een medewerker een positieve verwachting heeft van de job performance door die persoon. In het geval van referral heeft er al een voorselectie plaatsgevonden. In het geval van andere bronnen heeft die voorselectie niet plaatsgevonden (mensen die solliicteren via vacaturesites) of vindt beduidend minder goede voorselectie plaats (werving- en selectiebureaus, sourcing).

De bron ‘referral’ is dus geen voorspeller voor succesvolle job performance, maar medewerkers zijn succesvolle voorspellers van job performance.

Bijna elke referral oplossing die gelanceerd wordt gaat uit van de bron referral als oorzaak voor succes en niet vanuit de medewerkers. De oplossingen richten zich op zo makkelijk mogelijk meer sollicitanten met ‘referral’ te labelen, door eenvoudig vacatures en content te delen en zoveel mogelijk mensen aan te sluiten op de oplossing. De geschiedenis van inmiddels minimaal 100 van dergelijke ter ziele gegane oplossingen laat zien dat dit niet het probleem van bedrijven oplost. Meer mensen via een medewerkers bereiken en tot solliciteren aanzetten is geen logische actie op basis van de onderzoeken. Het kan natuurlijk interessant zijn meer bereik te genereren via je medewerkers als dat kosteneffectief is, maar waan je niet in de illusie dat je daarmee gebruik maakt van ‘de kracht van referral recruitment’.

De kracht van referral recruitment zit hem in die medewerkers die al waardevolle referrals aanbrengen. Zij zijn al betere voorspellers van job performance dan sourcers en werving- en selectiebureaus. De medewerkers die die goede referrals aanbrengen doen dat waarschijnlijk door goede toepassing van kennis van de persoon, organisatie, functie, afdeling en team en kunde om op basis daarvan een voorspelling van de job performance te doen. Die echte kennis over persoon, functie en team is waarschijnlijk een van de belangrijke redenen dat medewerkers gemiddeld betere sollictanten aandragen dan werving en selectiebureaus of sourcers.

Wil je echt gebruik maken de kracht van ‘referral recruitment’ dan zul je je in deze redenatie moeten richten op het uitnutten van het voorspellend vermogen van medewerkers die goede referrals aandragen. Daar zijn veel ideeen over te vormen en interessante toepassingen en oplossingen in te bedenken. Maar op de een of andere manier doen de bedenkers van ‘nieuwe’ referral recruitemnt oplossingen dat maar niet. Of de mensen die dat wel doen zien geen oplossing in een product en beginnen hier dus gewoonweg niet aan.

Met het aantrekken van de arbeidsmarkt en periodieke piek in interesse in referral recruitment zullen we dus ongetwijfeld weer meer van hetzelfde zien opkomen en verdwijnen.

De geur van data

Een mooi (kunst)project, Smell of Data geeft letterlijk een geur aan ‘datalekken’.

Net zoals we ooit een geur aan gas hebben gegeven zodat we het ruiken als er iets mis is, geeft Smell of Data geur aan data en kun je een ding aan je telefoon koppelen die de Geur van data verspreidt op het moment dat er een (potentieel) data lek is, bijvoorbeeld wanneer je met onveilige WiFi verbindt of een onveilige website bezoekt.

https://www.smellofdata.com

De impact van Google for Jobs op de vacaturemarkt

Google heeft de uitrol van Google for Jobs aangekondigd, een toevoeging aan de Google zoekmachine waarmee het zoeken naar (en vinden van) vacatures verbeterd wordt. Dat gaat meer zeer grote waarschijnlijkheid een aardige impact hebben op de vacature(zoek)markt. Met een succesvolle inzet van de vacaturesearch door Google zullen vacaturesites en vacature zoekmachines zeker verschil gaan merken.
Doorgaan met het lezen van “De impact van Google for Jobs op de vacaturemarkt”

Mijn afscheid van Gmail en overstap naar Protonmail

Ik heb (eindelijk) besloten afscheid van Gmail (Google) te nemen. En iedereen zou hetzelfde moeten doen, inclusief afscheid nemen van Outlook.com of andere privacy inbrekende e-mail aanbieders die persoonlijke data, de inhoud van jouw e-mails, als verdienmodel hanteren. Hiermee neem je direct een enorme stap in de verbetering van je privacy.
Doorgaan met het lezen van “Mijn afscheid van Gmail en overstap naar Protonmail”